Kwartaalupdate Q1 2026: woningmarkt koelt verder af

Kempenburg Makelaars Tilburg - verkoop jouw woning in Tilburg

Huispedia Woningmarkt Trendrapport Q1 2026

Inzichten op landelijk niveau

Gemiddelde overbieding neemt verder af

In figuur 1 is te zien dat over de gemiddelde overbieding in het eerste kwartaal van 2026 opnieuw afnam. In het eerste kwartaal werd gemiddeld 4,7% boven de vraagprijs geboden. Een kwartaal eerder bedroeg dit 5,2%. 

Figuur 1: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per kwartaal

Frequentie van overbieden neemt ook verder af in het eerste kwartaal

In figuur 2 is te zien dat het percentagebiedingen boven de vraagprijs ook is gedaald in het eerste kwartaal. Dit percentage daalde van 73% in het vierde kwartaal naar 71,4% in het eerste kwartaal. Tegelijkertijd steeg het percentage woningen die onder de vraagprijs zijn verkocht van 20,1% naar 21,5%. Het percentage biedingen op de vraagprijs vertoonde ook een lichte stijging, van 6,9% naar 7,2%.

Woningen worden iets vaker met een redelijke vraagprijs in de markt gezet
In figuur 3 is de verdeling van het Huispedia vraagprijsinzicht te zien. Hierbij wordt de vraagprijs vergeleken met de Huispedia Woningwaarde. Figuur 3 toont aan dat in het eerste kwartaal woningen iets minder vaak laag in de markt (onder de waarde) worden gezet dan een kwartaal eerder: dit nam af van 55,6% naar 55,2% van de woningen. Daarnaast neemt het percentage verkochte woningen met een redelijke vraagprijs (binnen de waarde) juist toe van 34,9% naar 35,5%. Woningen worden minder vaak met een vraagprijs boven de waarde te koop gezet, een afname van 9,6% naar 9,3% van de verkochte woningen.

Figuur 3: Verdeling van het Huispedia vraagprijsinzicht over verkochte woningen per kwartaal

Op woningen die laag in de markt staan wordt het meest overboden
In figuur 4 is te zien dat op woningen die laag in de markt worden gezet, nog steeds meer wordt overboden dan bij andere woningen. Stond een woning laag in de markt, dan werd daar in het eerste kwartaal gemiddeld 6% boven de vraagprijs geboden. Dat is meer dan bij woningen met een redelijke vraagprijs (3,7%). Bij woningen die hoog in de markt worden gezet, wordt juist gemiddeld onder de vraagprijs geboden (-0,3%). Voor woningen die laag of redelijk in de markt worden gezet, is het percentage overbieden afgenomen ten opzichte van het vorige kwartaal.

Figuur 4: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs verdeeld per Huispedia vraagprijsinzicht per kwartaal

Prijsverlagingen nemen jaar op jaar toe
Naast statistieken over onder- en overbieden houdt Huispedia ook actief de prijshistorie bij van woningen die te koop worden gezet. Op nationaal niveau blijkt uit figuur 5 dat woningen jaar op jaar vaker in vraagprijs worden verlaagd. In het eerste kwartaal van 2026 werd 12,2% van alle woningen die te koop werden gezet later opnieuw aangeboden met een lagere vraagprijs. In het eerste kwartaal van 2025 bedroeg dit nog 10%. Vergeleken met vorig kwartaal gaat het wel om een lichte afname van 0,6 procentpunt.

Op woningen met een prijsverlaging wordt fors minder overboden
Figuur 6 laat zien dat in het eerste kwartaal minder werd overboden op woningen met een verlaagde vraagprijs. Bij deze woningen wordt 3,2% boven de vraagprijs geboden, terwijl het landelijk gemiddelde op 4,7% ligt. Met name het overbieden op woningen zonder prijsverlaging is afgenomen ten opzichte van het vorige kwartaal, toen dat nog 5,2% was.

Figuur 6: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs

Ruim een kwart van de woningen met een prijsverlaging wordt onderboden
Figuur 7 laat zien dat bij bijna een derde van de verkochte woningen met een verlaagde vraagprijs de woning uiteindelijk onder de vraagprijs wordt verkocht (26,5%). Dit is meer dan het landelijk gemiddelde van 21,5%.

Figuur 7: Verdeling onder-, op-, of overbiedingen voor alle verkochte woningen vs. verkochte woningen met een prijsverlaging

Overbieden gebeurt gemiddeld nog steeds in alle segmenten
Figuur 8 laat zien dat er in het eerste kwartaal in alle segmenten gemiddeld werd overboden. In het lage segment (verkoopprijs onder €450.000) werd gemiddeld 5,1% boven de vraagprijs geboden. In het middensegment (verkoopprijs tussen €450.000 en €1.000.000) werd gemiddeld 4,6% overboden. In het hoge segment (verkoopprijs boven €1.000.000) lag de gemiddelde overbieding op 0,7%.

Figuur 8: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per kwartaal per segment

Hoe vaak er wordt overboden neemt af in alle segmenten
Figuur 9 laat zien dat in het eerste kwartaal overbieden over alle segmenten licht afnam. In het hoge segment nam de frequentie van overbieden het sterkst af (van 44,7% van de verkochte woningen naar 42%), terwijl dit in het middensegment (verkoopprijs tussen €450.000 en €1.000.000) juist het minst afnam, van 72,5% naar 71,2% van de verkochte woningen. In het lage segment nam dit af van 75,9% naar 74,2%.

Figuur 9: Percentage van de verkochte woningen dat is overboden per kwartaal per segment

In alle segmenten minder vaak prijsverlagingen, afname het grootst in lage segment
Figuur 10 laat zien dat het eerste kwartaal van 2026 in alle segmenten meer woningen in prijs zijn verlaagd. In het lage segment nam dit het sterkst af, met 0,9 procentpunt van 10,5% naar 9,6%. In het middensegment nam dit af van 14,8% tot 14,5%. Ook in het hoge segment was een afname te zien: van 19,2% naar 18,9%.

Figuur 10: Percentage woningen dat in prijs is verlaagd per kwartaal per segment

Prijsverlagingen nemen toe voor woonhuizen

Figuur 11 laat zien dat prijsverlagingen bij appartementen minder vaak voorkwamen, van 14,6% in het vierde kwartaal van 2025 tot 12,6% afgelopen kwartaal. Voor woonhuizen nam het aantal prijsverlagingen juist toe, van 11,9% naar 12,2%.

Figuur 11: Percentage woningen dat in prijs is verlaagd per kwartaal per woontype

Appartementen in het hoge segment werden vaker in prijs verlaagd

Figuur 12 laat zien dat prijsverlagingen voor alle segmenten minder vaak voorkwamen, behalve voor het hoge segment. Hier nam het aantal prijsverlagingen juist toe van 22,5% in het vierde kwartaal van 2025 tot 25,2% in het eerste kwartaal van 2026. In het lage segment werd de vraagprijs minder vaak verlaagd (van 12,6% naar 10,4%) net als in het middensegment (van 18,6% naar 16,4%).

Figuur 12: Percentage appartementen dat in prijs is verlaagd per segment per kwartaal

Op woningen met energielabel A+ nam overbieden juist toe
Figuur 13 laat zien dat in het eerste kwartaal van 2026 overbieden is afgenomen voor bijna elk energielabel. Alleen bij woningen met energielabel A+ of beter nam overbieden toe van gemiddeld 4,2% naar 4,5%. Overbieden nam het sterkst af bij woningen met energielabel B: hier daalde de gemiddelde overbieding van bijna 6% naar 5,2%.

Figuur 13: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per kwartaal per energielabel

Makelaarsprestaties

Er blijken grote verschillen te zijn in makelaarsprestaties. Hiervoor zijn de prestaties van de 25% best presterende makelaars vergeleken met die van de 25% minst presterende makelaars. Gemiddeld ligt er €38.335 tussen de bestverkopende 25% van makelaars en de minst verkopende 25%.

Inzichten op provinciaal niveau

In Utrecht en Groningen wordt gemiddeld het hoogst overboden, in Zeeland het laagst

In figuur 14 is op provinciaal niveau te zien dat in Utrecht en Groningen gemiddeld het hoogst wordt overboden (beide 7,7%) en in Zeeland het laagst (1,1%).

Figuur 14: Gemiddelde overbieding eerste kwartaal van 2026 per provincie

Gemiddelde overbieding neemt in Groningen het meest af

In figuur 15 is op provinciaal niveau te zien dat in alle provincies het gemiddelde percentage overbieden is afgenomen. In de provincie Groningen nam de gemiddelde overbieding het meest af: van 8,5% in het vierde kwartaal tot 7,7% in het eerste kwartaal van 2026.

Figuur 15: Gemiddelde overbieding per provincie, per kwartaal

In Flevoland wordt het vaakst overboden, in Zeeland het minst

In figuur 16 is op provinciaal niveau te zien dat in bijna alle provincies minder vaak werd overboden. In de provincie Flevoland werd het vaakst overboden (84,1%), in Zeeland juist het minst vaak (49,6%). Alleen in Overijssel werd vaker overboden in het eerste kwartaal van 2026 (70,9%) vergeleken met een kwartaal eerder (70,3%).

Figuur 16: Percentage van de verkochte woningen waarbij is overboden per kwartaal per provincie

Meeste woningen staan nog laag in de markt, maar grote regionale verschillen

De regionale verschillen in hoe een woning in de markt wordt gezet, zijn te zien in figuur 17. In Flevoland werden de meeste woningen laag in de markt gezet: 65,5% van de woningen had hier een vraagprijs onder de waarde van de woning.

In Friesland werden juist de minste woningen met een te lage vraagprijs te koop gezet: 39,4%. Het hanteren van een redelijke vraagprijs die past bij de waarde van de woning is hier het populairst, dit gebeurt bij bijna de helft van de woningen (43,8%).

Ook het hoog in de markt zetten van woningen is in Friesland relatief populair: bij 16,6% van de woningen lag de vraagprijs boven de woningwaarde. In Flevoland kwam dit juist het minst voor, met slechts 3,8% van de woningen.

Figuur 17: Verdeling van het Huispedia vraagprijsinzicht over verkochte woningen per kwartaal per provincie

Meeste prijsverlagingen in Noord-Holland, minste in Groningen

Figuur 18 laat per provincie zien hoeveel procent van de woningen opnieuw te koop is gezet met een lagere vraagprijs. In bijna alle provincies nam het aantal prijsverlagingen af vergeleken met een kwartaal eerder, behalve in Drenthe, Groningen, Noord-Brabant en Zuid-Holland. De grootste toename kwam voor in Drenthe. Hier kwam 10,2% van de woningen opnieuw te koop met een lagere vraagprijs, vergeleken met 9,5% een kwartaal eerder.

In Noord-Holland werden wederom woningen het vaakst opnieuw te koop gezet met een lagere vraagprijs: dit gebeurde bij 14,7% van alle woningen ten opzichte van 16,7% een kwartaal eerder. In Groningen werd de vraagprijs wederom het minst vaak naar beneden aangepast (8,5%), even vaak als vorig kwartaal.

Figuur 18: Percentage woningen dat in prijs is verlaagd per kwartaal per provincie

Inzichten op gemeentelijk niveau

Hoogst overboden in en rondom Utrecht, juist onderboden in Sluis en Amstelveen

Om op gemeentelijk niveau betrouwbare uitspraken te kunnen doen, worden alleen gemeenten met minimaal 50 verkochte woningen in het eerste kwartaal van 2026 meegenomen. Dit resulteert in 302 geschikte gemeenten.

In figuur 19 is de gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs te zien in de hoogste en laagste 5 gemeenten. In de gemeenten IJsselstein (12,3%), Utrecht (12,1%) en Nieuwegein (10,7%) werd opnieuw het meest overboden in het eerste kwartaal. Ook zijn er gemeenten waar gemiddeld werd onderboden. Zo werd er in Sluis (-6,8%), Amstelveen (-4,6%), en Texel (-3,9%) gemiddeld het meest onder de vraagprijs geboden.

Voor de complete lijst met alle geschikte gemeenten, zie figuur 22.

Figuur 19: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs hoogste en laagste 5 gemeentes

Vaakst onderboden in Sluis terwijl in Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein juist vaakst wordt overboden

In figuur 20 wordt de verdeling van onder, op of boven de vraagprijs bieden voor de gemeenten weergegeven. Hieruit blijkt dat in Sluis relatief het grootste percentage woningen onder de vraagprijs is verkocht, namelijk 78,1%, waar het landelijk gemiddelde op 21,5% ligt. In de gemeenten Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein is voor het eerste kwartaal van 2026 het hoogste aandeel aan overboden woningen te vinden, namelijk respectievelijk 91,4%, 91,1% en 90,5%.

Voor de complete lijst met alle geschikte gemeenten, zie figuur 23.

Figuur 20: Verdeling over- en onderbieden hoogste en laagste 5 gemeentes

Woningen vaakst laag in de markt in Dongen, minst in Oisterwijk

Ook op het gebied van het Huispedia vraagprijsinzicht voor verkochte woningen per gemeente zijn er aanzienlijke verschillen te zien (zie figuur 21). In Dongen werd 87,2% van de verkochte woningen laag in de markt gezet en in Utrecht 86%. Aan de andere kant zijn er gemeenten waar een veel lager percentage woningen met een lage vraagprijs is verkocht. Oisterwijk spant de kroon met slechts 15,2% van de verkochte woningen. In Tytsjerksteradiel worden opmerkelijk veel woningen (62%) juist met een redelijke vraagprijs te koop gezet. 

Voor de complete lijst met alle geschikte gemeenten, zie figuur 24.

Figuur 21: Verdeling Huispedia vraagprijsinzicht hoogste en laagste 5 gemeentes

Figuur 22: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per gemeente

 Figuur 23: Verdeling van onder, op of boven de vraagprijs bieden over verkochte woningen per gemeente

Figuur 24: Verdeling Huispedia vraagprijsinzicht per gemeente

Inzichten op stedelijk niveau

Hoogst overboden in Utrecht, het laagst in Middelburg

Uit figuur 25 blijkt dat Utrecht de grootste uitschieter is als het gaat om het gemiddelde percentage overbieden, met een gemiddelde overbieding van 12,2%. Groningen volgt op de tweede plaats met 9,8%. Onder de grote steden wordt in Middelburg het minst overboden, met een gemiddeld percentage van 2,7%.

Figuur 25: Gemiddelde overbieding als percentage van de vraagprijs per stad

Woningen worden het vaakst in prijs verlaagd in Haarlem en Eindhoven

Uit figuur 26 blijkt dat het percentage prijsverlagingen in het eerste kwartaal verschilt tussen de grote steden. In Haarlem en Eindhoven worden woningen relatief het vaakst opnieuw te koop gezet met een lagere vraagprijs. Dit gebeurt hier bij 27% van de appartementen en bij 20% van de woonhuizen. In Assen worden zowel appartementen (2,9%) als woonhuizen (4,5%) het minst vaak in prijs verlaagd.

Figuur 26: Percentage woningen dat in prijs is verlaagd per stad

Toegankelijkheid: woningaanbod, vraag en transacties

Opnieuw duizenden extra woningen beschikbaar door ‘open voor interesse’

Om op de woningmarkt meer woningen beschikbaar te maken, biedt Huispedia woningeigenaren de optie om hun woning ‘open voor interesse’ te zetten. Uit figuur 27 blijkt dat hierdoor aan het eind van het vierde kwartaal meer dan 7.300 woningen beschikbaar zijn gekomen.

Figuur 27: Aantal woningen dat ‘open voor interesse’ staat op Huispedia

Minder bezichtigingen in het vierde kwartaal van 2025

Uit figuur 28 blijkt dat het aantal bezichtigingen per te koop gezette woning in het eerste kwartaal van 2026 7,9% lager lag dan het aantal bezichtigingen in het vierde kwartaal van 2025.  

Aantal verkochte woningen neemt licht af

Uit figuur 29 blijkt dat in het eerste kwartaal van 2026 65.346 woningen werden verkocht. Dat is 11,9% minder dan in het vorige kwartaal maar 12,9% meer dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.  

Word lid van de discussie